St. Sévère sur Indre
Dichtbij Domaine Pouzoult ligt het dorpje St. Sévère sur Indre. De naam alleen al klinkt zangerig en geeft iets verwachtingsvols.
Wat is dat dorpje dan precies? Volgens Wikipedia een dorp met 899 inwoners. Een gewoon dorp dus, maar bekend geworden door de filmmaker Jacques Tati. In 1947 heeft hij in het bewuste dorp de film Jour du fête opgenomen waarin alle bewoners een rolletje hadden. En dan, zoals de Fransen dat nu eenmaal doen, heb je een icoon voor het dorp. Jacques Tati, oorspronkelijke naam Tatischeff was een zoon van een Nederlandse moeder en een Russische vader. Hij heeft echter maar 10 films gemaakt, maar bij het grote publiek is hij bekender geworden door zijn rol als Monsieur Hulot, een fictief personage gekleed in een beige jas, een broek met iets te korte pijpen, hoed en pijp en met een specifiek loopje.
Maar St. Sévère is toch meer dan alleen dat. De geschiedenis van St. Sévère sur Indre gaat ver terug: vóór het jaar 630 is het een onbeduidend dorp. Het werd pas wat toen abdis Sévère, een zuster van de aartsbisschop van Trier, op deze plek een klooster stichtte. Jaren later kwam deze stad, waarlangs de rivier de Indre stroomt, onder haar beschermheerschap. Vandaar de naam St. Sévère sur Indre. Men heeft geen kans om haar te vergeten: op een heuvel staat haar standbeeld als het ware uitkijkend over het dorpje. Haar blik is gericht op een prachtige stenen balustrade behorend bij het park van het, helaas vergane, kasteel. Ook dit kasteel heeft een lange historie met diverse bewoners. De eerste bekende was Hélie de St. Sévère, die zeer goede contacten met de koninklijke familie had. Koning Louis VI was één van de personen die in het kasteel terecht kwam. In de 10e en 11e eeuw werd het kasteel en het nabijgelegen maison door het leger tot hoofdkwartier gekozen. Daarna werd het overgedaan aan diverse families; de laatste bewoonster is een lid van de familie Villaines geweest. Deze familie liet het aangrenzende prachtige park aanleggen. Sinds twee jaar is het kasteel in het bezit van een jong stel, die het kasteel omtoveren tot een prachtig chambre d’hôtes.
Onder het gebladerte van de prachtige oude bomen, zie je de restanten van de Donjon, het enige overblijfsel van het echte stenen kasteel. Door natuurgeweld in 1840 en later nog rond 1900 is er niet veel meer overgebleven van deze “toren van de leengoederen”. Het Maison staat er nog steeds en wordt gebruikt voor bijzondere festiviteiten.
St. Sévère sur Indre is écht een aanrader om te bezoeken. Behalve het museum van Jacques Tati vind je ook een prachtige markthal wat het décor was voor de eerder genoemde film. Je kan heerlijk lunchen in het plaatselijk restaurant en een bezoekje aan de kerk is zeker de moeite waard.
Maar bovenal, neem een kijkje in het park en dwaal er doorheen. Met een beetje fantasie zie je voor je hoe dames van adel, gekleed in hun prachtige japonnen onder het loof van de bomen van bankje naar bankje wandelen, geflankeerd door charmante jongemannen die hun metgezel wijzen op de prachtige uitzichten en op een fantastisch vergezicht…het beeld van Sévère.
Domaine Pouzoult
Ton & Jeannine




